Column Michel Hasselerharm:

Gepubliceerd op: 11/12/2018

Column Michel Hasselerharm:

De column van Michel Hasselerharm, journalist bij De Twentsche Courant Tubantia, over 'geloof.

Ik geloof.

Niet per se in god en de kerk. Wel dat er ‘iets’ is. Ik geloof in democratie. In de waarheid die in het midden ligt. Dat wie goed doet, goed ontmoet. Maar ik geloof ook dat dat soms niet gebeurt. Vooruit, ik geloof in de liefde. Dat die je sterk, blij en gelukkig maakt. Maar ook dat die verduveld pijn kan doen. Ik geloof dat Johan Cruijff altijd gelijk had. En Aad de Mos maar zelden. Ik geloof ook dat ik gelijk had toen ik in mijn krant twijfels uitte over het plan om een gesloopt monument na te bouwen op de Markt.

Ik geloof dat het een heel slecht plan is voor wat de huiskamer van onze stad zou moeten zijn. Je zet geen oversized model van een fabriekshal in je kamer. Hooguit een mooie plant in de hoek. En die vervang je deze dagen door een kerstboom. Met lampjes. Geen kaarsjes. Want ik geloof dat je dan heel snel geen huiskamer meer hebt.

En ik geloof het al helemaal niet omdat ik het móet geloven. Ja dat moet. Van Gerard Cornelisse nog wel. Eerst theater- en nu ook kwartiermaker. Die man die ons Stork met een uitroepteken bracht, heeft van het college van B en W de opdracht gekregen om zich te buigen over de invulling van het marktplein. Dat leek me nou net zo’n leuke taak voor de nieuwe centrummanager. Maar kennelijk is zij te druk met onzichtbaar zijn.

Duurzame invulling

De belangrijkste taak van Cornelisse: een ‘duurzame’ invulling vinden van de replica van het Hijschgebouw. Want zonder dat etiket mag er nergens in Nederland meer worden gebouwd. Zo weten we in ieder geval zeker dat er een dak op komt. Tenzij de zonnepanelen ernaast worden gelegd, om de grijze stenen van het plein een beetje op te fleuren.

Maar hoe dan ook: dat Hijschgebouw gaat er komen. Zo verzekerde Cornelisse in onze krant, in antwoord op vijf vragen van een journalist die bijbeunt als presentator van een politiek café.

Cornelisse is benoemd als kwartiermaker. Daarmee leek me dat de invulling ook al was bepaald. Dat er soldaten zouden worden gehuisvest. Want dat is wat een kwartiermaker oorspronkelijk deed: voorbereidingen treffen voor als de andere soldaten komen. Vond ik een goede vondst. Hebben we ze lekker dicht bij de hand als de gele hesjes Hengelo ontdekken. Maar wel een verzoek aan de soldaten: pas optreden nádat de hesjes de Brinktoren hebben gesloopt.

Hijschkwartier

Dan hebben we trouwens ook meteen een mooie naam voor het nog te bouwen monument: het Hijschkwartier. Kwartier als oude naam van een tijdelijk soldatenverblijf. En Hijsch als verwijzing naar waar soldaten vooral erg goed in zijn. Bijkomend voordeel: daar moet zeker een horeca-ondernemer voor te vinden zijn.

Maar ik heb inmiddels begrepen dat we de term kwartiermaker niet in de traditionele betekenis moeten beschouwen. Er wordt vooral een voorloper, een wegbereider mee bedoeld. Had ik meteen kunnen weten. Want volgens Cornelisse moet de invulling vooral ook rendabel zijn. En daarvoor moet je niet bij het leger zijn. Althans, niet meer sinds ze het plunderen hebben afgeschaft.

Wat het dan wel gaat worden? Misschien wel iets met voedsel en inburgering, denkt Cornelisse. Dat diverse culturen er hun nationale hapje aanbieden en daarna gezellig bij elkaar kruipen voor een taallesje. Twee halen, een betalen. Foodhal-plus, noemt Cornelisse dat.

Komen en gaan

Ik was onlangs in Rotterdam. Daar hebben ze ook een Foodhall. Ik rook er mijn ogen uit. Maar ik begreep ook dat het een komen en gaan van ondernemers is, omdat er met moeite een droge boterham valt te verdienen. Om dat concept, en dan ook nog eens in de Plus-variant, over te zetten naar een stad waar zelfs de McDonald’s het niet kon bolwerken, en waar een kiosk met Vietnamese loempia’s sneller weer dicht was dan dat je zo’n ding voor de tweede keer proeft en waar een frikandel uit de muur momenteel het enige streetfood is dat je nog kunt krijgen (reken ik de Hema-worst even niet mee want daarvoor moet je door een deur), maakt mij, goedgelover die ik ben, toch een ietsiepietsie pessimistisch.

En dan mogen we trouwens nog dankbaar zijn dat de eigenaar van de laatste kiosk, George ten Brummelhuis, nog een Appel te schillen had met de gemeente. Anders was ook de laatste kiosk uit de Enschedesestraat verdwenen. En daarmee het laatste element dat in ieder geval nog een beetje mensen trekt. Maar goed, laat ik me daar verder niet te kwaad over maken.

Het is dus allemaal een kwestie van geloven, zegt Cornelisse. Al lijkt dat geloof van hem ook niet bijster groot. Want, zo zegt hij, wat er ook in het Hijschgebouw komt, het wordt niet iets voor de eeuwigheid. En al helemaal geen paleis. Want er is op voorhand maar drie miljoen beschikbaar. En daar doe je anno 2018 niet bar veel mee. Een huisje misschien. Waar de hele stad het dan mee moet doen. Zucht.

Ik geloof dat ik er nu maar het beste mee kan stoppen…

Politiek Cafe Hengeloos Peil is een samenwerking tussen De Twentsche Courant Tubantia, Radio Hengelo TV en Schouwburg Hengelo.

Bron: Radio Hengelo TV

‹ Terug naar regionaal nieuws overzicht